Toen ik je zag staan, maakte mijn peperkoeken hart een sprongetje. Je stelde de vraag waarvan mijn nekhaartjes rechtkwamen en mijn fantasie op hol sloeg. Je likte aan je lippen alvorens je de woorden op me af vuurde. “Wat kan ik voor u doen?”. Bam, ik was verloren. Met mijn focus op oneindig zweefde ik weg. Samen met jouw dartelend door een land vol bloemsuikerwolken en chocoladefonteinen. De vraag zinderde na, ergens ver weg. Als een mantra die me herinnert aan jouw leven in teken van het mijne. Zo een gewilligheid en gedienstigheid is ongekend in deze na oorlogse tijden. Dit moest liefde zijn.
Ik liep rood aan, overmand door het idee dat je gedachten kan lezen. Je glimlachte, ik smolt. Ik was het deeg en jij kneedde me. Ik probeerde mezelf een houding te geven. Lachte ongemakkelijk gevolgd door gestamel. Je bekeek me met grote vragende ogen, uitdagend. Niemand anders in de bakkerij leek het op te merken. Mijn hart sprong zo heftig dat het wel leek alsof het door mijn keel wilde kruipen om dan eigenhandig “Ik zie je graag” te brullen. Ik slikte stevig. Alles was weer onder controle. Niet hier en niet nu. In een zucht zei ik: “Een rond grijs brood gesneden.” . Alsof er niets gebeurd was legde ik 2,10 euro op de toonbank. Je plaatste teder het brood in mijn handen, het symboliseerde ons moment.
Nagenietend van ons moment stapte ik zelfverzekerd naar de deur. Maar toen gebeurde het. Dezelfde woorden, dezelfde zin. “Wat kan ik voor u doen?”. Ik draaide me in een ruk om. Ons moment, bij een ander. Mijn hart brak. Je stond openbaar te flirten bij de volgende klant, de zoveelste in de rij. Mijn ogen schoten vol. Ik wilde roepen en tieren. Vanwaar haalde je het lef. Woedend stoof ik weg. Nooit, nooit zal je mij hier nog zien. Ik koop een broodmachien.
Groeten,
J.
Tragisch...
BeantwoordenVerwijderenmooi geschreven J :) dus toch wat talent
BeantwoordenVerwijderen